Zwaarmoedig zit ik ’s avonds laat op mijn bank, verdwaald naar de dorre, hangende bladeren van een plant te staren, die twee weken geleden al water had moeten hebben. Terwijl mijn gedachte mij meeneemt naar de tijd dat mijn trieste vriend wekelijks water kreeg, van degene die ook geluk in mijn leven bracht, vormt er zich een traan in de hoek van mijn mistige oog. Het was de tijd dat hij straalde en met zijn grote groene bladeren pronkte. De tijd dat het gelige hoopje in het midden nog een prachtige, witte bloem was die trots boven de rest uitstak, als een pauw met uitgespreide veren. De tijd dat hij buiten een prachtig aangezicht ook een heerlijke geur verspreidde en blijdschap uitstraalde.
Ook nu toont de plant mijn gevoel. De plant die naast een raam staat, maar met zijn slappe bladeren, niet de kracht heeft om door het raam te kijken en te zien wat er zich buiten zijn eenzame wereld afspeelt; gevangen in zijn eigen verdriet. Ik voel me als het zielige hoopje wat ooit een bloem genoemd werd, verlaten en niet meer naar omgekeken. Terwijl de kracht het langzaam verliest van de wanhoop, pak ik de pot en plaats hem tussen mijn benen. Fijn om zo’n vriend te hebben die zich net zo voelt als jou.
De traan verlaat zijn schuilplaats en loopt langs mijn wang naar beneden, tot hij zich onder mijn kin, na enige twijfel, in de pot laat vallen, om daar in het duister van de aarde te verdwijnen. Dat is nou een echte vriend. Een vriend die zonder te klagen een stukje van jouw verdriet tot zich neemt, om die van jouw zicht te ontnemen en zo een stukje last van je schouders af haalt. Als ik me laat meedrijven door de pracht van het offer, lopen de tranen langs mijn gezicht. Ik voel me leeg, maar toch een beetje opgelucht.

Met lood in mijn pantoffels slof ik, in mijn ongewassen ochtendjas en ongeschoren harses, de trap af om met een kop koffie enige moed naar binnen te gieten. Al mijn hoop is gevestigd op deze zwarte vloeistof die mij de kracht moet geven om deze dag te overleven. Als ik met een hete mok naar mijn vriend loop, die gister mijn tranen van me heeft weggenomen, zie ik dat hij uit het raam kijkt. De gele bol heeft zijn plek verlaten en maakt plaatst voor een nieuwe knop. De plant heeft mijn verdriet gebruikt om een nieuw leven te starten. Hij heeft het oude weggegooid en is nu bezig met een frisse start. Vol kracht staat hij daar te pronken voor het raam met zijn grote groene bladeren, en volgens mij ruik ik een beetje van zijn geur.
Ik besluit om het voorbeeld van mijn vriend te volgen, hij heeft gelijk! Symbolisch gooi ik met mijn ochtendjas mijn oude leven in de wasmachine en zet hem op zestig graden, dan gaat het er wel uit! Na een hete douche en een goede scheerbeurt stap ik, vol goede moed en een fris gezicht, naar buiten, en geef de buurvrouw, die haar was ophangt, een stevige knuffel. Wat een heerlijke dag voor een nieuw begin!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *