Er zit een haar in mijn binnenzak. Ik doe mijn handschoen uit en klem het uiteinde tussen duim en wijsvinger. geleidelijk trek ik hem naar boven. Het is een lange haar. De wind krijgt grip en rukt het laatste stuk uit mijn zak. Hij wappert heftig als een wimpel in een storm.
‘Kijk nou wat ik vind’ zeg ik triomfantelijk. Anouk kijkt me aan. Ze heeft haar ogen iets dicht geknepen en knippert niet. Het enige dat beweegt is het stukje van haar sjaal dat uit haar jas steekt. Aan de wolkjes zie ik dat ze door haar neus ademt.
‘Van wie is die?’ Ik kijk naar de donkere stekels die onder haar muts vandaan komen en vervolgens naar de blonde sliert.
Uhh dat weet ik niet. Gewoon een haarzeg ik.Kan van iedereen zijn’ voeg ik er nog snel ter verdediging aan toe. Haar wenkbrauwen schieten omhoog.
‘Van iedereen…? Je hebt je aardig vermaakt tijdens mijn wintersport zo te horen.’
Pfff, lieverd het is alleen een haar.’
‘Maar hoe komt die in je jaszak?’ vraagt ze terwijl ze haar armen over elkaar slaat, haar rechtervoet iets verzet en met één kant licht naar achter leunt. Het lijkt of al het bloed uit mijn lichaam trekt.
‘Lief, kom het is maar een haar.’ Ik wil mijn hand op haar schouder leggen, maar ze trekt hem terug en stapt weg. ‘Anouk, ik hou zielsveel van je. Je denkt toch niet dat ik binnen anderhalve week gelijk met de eerste de beste blonde snol het bed in duik? Ik ben laatst op de verjaardag van Merel geweest. Misschien heb ik mijn jas over die van iemand met blond haar gehangen. Ze kijkt me aan en vervolgens naar de grond. Haar schouders zakken naar beneden.
‘ja dat kan inderdaad’ zegt ze zacht. Ik leg mijn, in een handschoen verpakte, wijsvinger onder haar kin en duw haar hoofd omhoog tot ze me aankijkt.
‘Niet zo negatief denken. Hoe lang zijn we nu al samen, je kent me toch? Kijk hup weg haar.’ Demonstratief laat ik de onrustzaaier los. Hij waait direct over de langsrijdende auto’s ons gezichtsveld uit.
‘Je hebt gelijk, sorry. Zo ben je ook niet. Ik ben gewoon bang je te verliezen.’ Ik stap op haar af en ze slaat zichzelf om me heen.
Je raakt me niet kwijt lieverd antwoord ik, terwijl ik mijn armen onder die van haar uitwurm en om haar heen leg. We blijven zo een tijdje staan, totdat ze me zachtjes wegduwt en aankijkt.
‘Je betekent gewoon alles voor me.’ Er rolt een traan naar beneden.
‘Jij ook voor mij’ zeg ik en haal hem voorzichtig met mijn handschoenloze pink weg. Er volgt weer een knuffel. In mijn ooghoek zie ik de bus aan komen.
‘Kom de bus is er.’

We stappen in en lopen naar achter. Halverwege zie ik Samantha zitten. Het meisje dat ik zaterdag op een feest heb ontmoet. Ze stopt het naar voren gevallen haar weer achter haar oor en leest verder. Op haar spijkerbroek zie ik een blonde haar liggen met dezelfde lengte als degene die ik net over de auto’s heb laten vliegen. Ze ziet me niet.
‘Kom we gaan achterin zitten’ zeg ik. Ik duik in de hoek en wacht tot ze uitstapt. Poeh, dat scheelde een haar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *