Eindelijk is het maandag! Na drie uur slaap stap ik het bed uit, trek de deken recht, klop beide kussens op en leg ze recht. De rode cijfers op de wekkerradio geven aan dat het 5:56 uur is. Buiten kraait een haan. Ik plof op de bank en eet yoghurt met zoveel muesli, dat sommige vlokken nog droog zijn. Mijn hand trilt een beetje als ik de lepel naar mijn mond breng. Ik doe de afwas, controleer mijn e-mail, Verhalensite, Facebook en maak het huis nog een keer schoon.
“Pff pas acht uur, was het maar vast half twaalf”, zucht ik en loop naar de badkamer. Terwijl het water op mijn schouders klettert, denk ik aan wat ik ga zeggen. Nog zoekend naar de juiste woorden, droog ik me af en trek een hemd aan. Ik pak een nieuw mesje, scheer elke millimeter op mijn wang en kin en doe mijn lekkerste aftershave op. Ik knip mijn snor netjes en kam mijn krullen tot elk haartje zit zoals ik wil. Het overhemd had ik al gestreken, maar voor de zekerheid haal ik de bout er nogmaals over. Tien uur. Ik trek de la met dvd’s open en kijk maar een aflevering van Friends.

Het is half elf, lang genoeg gewacht. Het doosje is te groot, dus stop de ring los in mijn zak. Snel kijk ik nog eens in de spiegel en loop alles na. Perfect! Ik ga naar buiten. De zon schijnt, vogels zingen en er is geen wolkje in de lucht. Wat een prachtige dag! Geen idee waarom zoveel mensen chagrijnig zijn. Onderweg loop ik langs ons droomhuis. Het is een prachtig, wit houten huis met rieten dak en van die wit met rood geruite luikjes. De slaapkamer heeft openslaande deuren naar een groot balkon, met daaronder een boothuis. Je kijkt uit over het water en de weilanden. Meer dan een jaar heeft het te koop gestaan, maar nu is er een plankje met ‘verkocht’ over het bord in de tuin gehangen. Ook al konden we het huis nooit betalen, vind ik het toch jammer dat hij nu definitief onbereikbaar is. Wat wilden we dat huis graag hebben. Ik laat me er niet door beïnvloeden en loop fluitend verder, op weg naar Lisa. Zenuwen gieren door mijn lichaam. Ik heb zoveel zin om haar te zien. Ze ligt al een week ziek op bed, waardoor ze liever had dat ik niet langskwam. Vandaag heb ik vrij genomen om haar te verrassen en iets speciaals te vragen. Ik wrijf met mijn hand over mijn broekzak en voel de vorm van de ring. Dit wordt een onvergetelijke Valentijnsdag!

Ik verzamel moed achter een boom tegenover het huis en kijk onafgebroken naar de deurbel. Na een diepe zucht wil ik naar voren stappen, als ik een stelletje uit de auto zie komen en snel het pad op zie lopen. Ze blijven staan in het halletje en bellen aan. Het meisje herken ik als oud-collega van Lisa. Snel duik ik weer achter de boom, druk mijn handen tegen de bast en gluur net langs de stam. _Ze is toch ziek, waarom mogen zij wel langskomen?_ Afwachtend staar ik naar de deur. Als Lisa zo open doet, stap ik in beeld en heeft ze heel wat uit te leggen. Ik hoor de klik van het slot, het vertrouwde piepen van de deur en zie een goed uitziende jongen in de deurpost verschijnen. Ineens besef ik waarom ik niet welkom was afgelopen week. Met mijn tanden op elkaar gedrukt, vloek ik van binnen. Flinke hoeveelheden lucht gaan mijn neus in en uit, terwijl mijn ogen niet dicht lijken te kunnen. De jongen lacht, en gebaart het stel naar binnen. Als de deur dicht valt, loop ik weg. Een auto kan me nog maar net ontwijken. De bestuurder stapt uit en schreeuwt iets langs me heen. Ik kijk hoe mijn schoenen op de stenen landen en zie dat mijn broekspijpen zeiknat zijn. Dikke regendruppels lopen langs mijn voorhoofd naar beneden en worden halverwege vermengd met mijn traanvocht. Ineens voel ik dat zowel boxer als hemd aan mijn lichaam plakken en mijn jas ongeveer drie keer zo zwaar is geworden. Aan de stenen zie ik dat ik voor het witte huis met de luikjes loop. Voor het eerst verlaat mijn blik de straat en staar ik naar een vervallen droom. Het bordje met ‘verkocht’ verdubbelt de melancholiek. Woede neemt de controle over. Ik grijp de ring uit mijn zak en strek mijn arm ver naar achter. Zo hard ik kan smijt ik bijna een half maandsalaris naar het bouwval, begeleid met een schreeuw die aanhoudt totdat een tik van metaal tegen glas hem overstemt. Er is een kleine barst in de ruit gesprongen.
“Natuurlijk dat kan er ook wel bij”, zucht ik, terwijl hoofd en schouders tegelijk naar beneden zakken. De deur gaat open. Ik durf niet te kijken. Mijn gedachte schreeuwt “rennen”, maar mijn geweten blokkeert mijn benen.
“Simon wat doe jij hier”, roept een bekende stem. Verbaasd kijk ik op.
“Wat doe ik hier, wat doe jij hier?”
“Ik was aan het wachten tot je klaar was met werken en ik je ons nieuwe huis kon laten zien”.
“Ons huis? Maar, maar hoe, hoe kan… hè wat?”
“Weet je nog dat ik om de twee weken op visite ging bij dat oude vrouwtje in het bejaardenhuis, omdat ze elke dag zo zielig uit het raam zat te kijken? Ze blijkt miljonair te zijn geweest en heeft haar hele vermogen aan mij nagelaten. Ik wilde je verrassen met Valentijn en heb alles schoongemaakt afgelopen week. Kom zo vat je kou!” Lisa rent op me af, geeft me een kus en trekt me naar binnen.
“Maar wie was die jongen in jouw huis dan?“, vraag ik, terwijl mijn hersenen alles proberen te verwerken.
“Dat zal de makelaar zijn geweest. Weet je nog Laura, van Fortis, waar ik altijd samen mee fietste? Zij en Rob gaan het huis misschien kopen. Die zouden vandaag gaan kijken” zegt Lisa opgewekt. Ik knik. Pas na een douche begint alles tot me door te dringen.

De deur gaat open en Aurélie komt binnen.
“Mama, er zit een barst in het raam!” Lisa kijkt me aan en we lachen.
“Dat is een herinnering aan je geboorte lieverd”.

  • Schrijfwedstrijd: Valentijn, 1e prijs behaald

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *